 |
Hij hoorde vogelgeluiden: de geur van heerlijke kruiden, waarvan er vele in het bos waren, gaf hem zelfvertrouwen. Hij reed
wat heen en weer. Hij hoorde veel vogelgezang, het deed hem goed en verzachtte zijn leed. Hij speurde overal rond, en onder
een kruidnagelboom zag hij toen het hert liggen. Luister nu wat Lanceloet toen deed. Hij gaf zijn paard de sporen. Het hert
zag het en rende weg. Lanceloet achtervolgde hem, ook al voelde hij zich moe en ziek. Het hondje liep nog sneller. Voor
Lanceloet het in de gaten had, had hij het hert te pakken. Toen het hondje het hert gedood had, reed hij er in volle draf
naar toe en steeg af. Hij was begerig naar de witte voet en sneed hem af met zijn zwaard. Toen viel hij op de grond neer:
hij kon niet meer blijven staan.
Op hetzelfde ogenblik zag hij een ridder op een prachtig paard aankomen. Lanceloet vroeg hem bij hem te komen en de witte
voet mee te nemen. De ridder moest beloven dat hij de witte voet naar de jonkvrouw zou brengen en haar bovendien zou zeggen
dat hij zeer zwaar gewond in het bos lag. Hij zou komen zodra hij kon en zij moest beslist niemand tot man nemen voor hij
bij haar zou zijn. 'Zeg haar dat het haar altijd goed moge gaan. Ik heb me zo erg ingespannen terwille van de eer en deugd
die ik van haar heb horen vertellen'. Hierop stak hij zijn hand uit en gaf hij de ridder de voet. Het zou beter voor hem
geweest zijn als hij hem niet gegeven had. Maar wat gebeuren moet, gebeurt nu eenmaal ook onherroepelijk. Nadat hij de voet
had aangenomen, greep hij zijn zwaard en sloeg Lanceloet zo dat hij het nauwelijks overleefde. Hij pleegde een schandelijke,
eerloze daad. Was er maar iets aan te doen geweest! Hij vond hem gewond en verwondde hem nog erger en vergold goed met
kwaad, zoals zo vaak in heden en verleden. Moge de onsterfelijke God alle slechte mensen weerhouden opdat zij zich zullen
bedenken en zich van alle slechtheid afwenden om zich op de juiste wijze te gedragen. Nadat hij, Lanceloet zo verwond had
dat hij dacht dat deze daardoor zou sterven, ging de aartsgemene ridder naar de verblijfplaats van de koningin. Hij was
bijzonder opgetogen dat het hem zo vergaan was. Hij verwachtte nu wel een vorst te zullen worden. Maar hij zal al spoedig
ondervinden of zijn streek hem iets zal opleveren. Wat zou het baten als ik lang van stof zou zijn?
|
 |