 |
2.2 Literatuur op bestelling
Wie in de Middeleeuwen een boek wilde hebben, moest goed in de slappe was zitten. Het kopiëren van een boek was erg
kostbaar en gebeurde doorgaans op bestelling. Als eerste moest er een voorbeeldexemplaar
(legger)
op de kop worden getikt. Verder was geld nodig om de
kopiist
te betalen (en het overschrijven van een boek duurde dagen, weken en soms zelfs maanden). Ook moest er perkament en inkt
worden aangeschaft; deze materialen waren erg prijzig. Dus alleen rijke mensen, bijvoorbeeld de adel, konden zich boeken
permitteren. Zeker als het oog ook wat wilde en de tekst verfraaid moest worden met
miniaturen
en grote versierde beginletters (zo'n letter heet in vaktermen een gehistoriseerde
initiaal).
Auteurs die zelf een verhaal wilden schrijven, konden dat doorgaans niet betalen. Ook zij waren afhankelijk van rijke
edellieden die hen opdracht gaven voor een bepaald verhaal. Zo'n opdrachtgever wordt wel een mecenas genoemd en het principe
van gesponsorde kunst heet
mecenaat.
Van Chrétien de Troyes, de 'vader' van de Arturroman, weten we dat hij een aantal van zijn teksten op bestelling
schreef.
|
 |

Miniatuur uit Die Wrake van Jherusalem van Jacob van Maerlant |
 |